Europa-Park is dit jaar een halve eeuw oud en viert dat op twee opvallend verschillende manieren: enerzijds omarmt het park zijn rijke geschiedenis met een hele schare aan retrospectieve activiteiten en nostalgische memorabilia, zoals een jubileumexpo, verschillende jubileumboeken, retrosouvenirs en een groots jubileumfeest, anderzijds wil de old-timer bewijzen als vitale vijftiger nog steeds zijn mannetje te kunnen staan in de technotopische wereld van Generatie Alpha.
Enter Grand Prix of Europe, een synergetische explosie aan mediaproducten rond Ed Euromaus, de immer transformerende mascotte van het park die om de zoveel jaar naar een botoxboerderij wordt gestuurd en nu, na een rimpelreset nog drastischer dan die van Gerard Joling, als racepiloot de hoofdrol mag spelen in onder meer een kinderboek, computergame, animatiefilm, VR-beleving en pretparkattractie.
Ed & Edda: Grand Prix - Racing Champions, zoals de game heet, is geen groot succes. Als je, op wat mobiele marketingspelletjes na, nog nooit een grote of goede game hebt uitgebracht, is de concurrentie aangaan in een categorie met grote namen als Sonic en Mario Kart wel erg hoog gegrepen. Ook al lijkt het logisch om een kartgame te bouwen rond een grand-prix-animatiefilm, zonder de budgetten van Sony of Nintendo valt er geen deuk in het koetswerk van het gamegenre te rijden natuurlijk, tenzij met een origineel idee of een ingenieuze twist, maar Racing Champions heeft geen van beide en belandt al in de pitlane luttele meters nadat hij uit de startblokken is geschoten. Het resultaat is een spel dat amper zijn weg naar spelers vindt (volgens de statistieken van SteamDB zaten de afgelopen maanden nooit meer dan zes spelers tegelijk achter het stuur van de game) en dat noch goeie reclame is voor de film, noch voor het park, ook al veroorzaakte een teaser voor een vervanger van blauweplekkenbeuker Euro-Mir in 2028, te zien op een bord langs de racebaan in het spel, wat ophef toen het park nog niet klaar bleek te zijn om dat project al wereldkundig te maken. Intussen is het nieuws alsnog bevestigd.
Belangrijker: sinds kort draait de film Grand Prix of Europe ook bij ons in de zalen en ik onderging de film zodat jij dat niet meer hoeft. In Vlaanderen en Nederland is de film uitsluitend te zien in het Nederlands en wellicht niet erg lang meer: de film wordt in de achteruitkijkspiegel van critici erg lauw ontvangen en bracht wereldwijd intussen nog geen 10 miljoen op. Dat is ongetwijfeld een teleurstelling voor producenten Warner Bros. en Mack Magic: de film kostte naar schatting 25 miljoen euro en is al de derde kilometervreter met een lekkende tank op rij voor Michael Mack en co, na de dure flaters Happy Family en Happy Family 2. Caveat: de film moet nog uitkomen in de Verenigde Staten en doet dat in een familiefilmluwe periode, drie weken voor Disney’s Zootopia 2 in de zalen komt, maar de kans lijkt klein dat de film daar ineens wel van de handrem af gaat, ook al omdat Amerikanen weinig hebben met grand prix-racing.
In Europa-Park zelf valt niet te ontkomen aan de film: de winkels puilen uit van de filmsouvenirs, er is een nieuwe attractie gebaseerd op de film, in de parade rijdt een nieuwe Grand Prix of Europe-wagen mee, auto’s van de Silverstone-piste werden bestickerd als wagens uit de film, er is Grand Prix - Mission Recharge, een nieuwe missie voor VR-experience Yullbe, en aan het eind van simulator Voletarium zit een speciaal geanimeerde bonusscène waarin je vliegt over de belangrijkste filmlocaties. Waarom moeilijk doen als het ook Mackelijk kan, moeten ze in Rust gedacht hebben, en daarom zijn tal van kunststofbeelden van figuren uit de film in het park geplaatst en is een metershoge affiche voor de film bevestigd aan de gevel van het gebouw achter Voltron Nevera, naast honderden kleinere posters verspreid over het hele resort. Wie Europa-Park bezoekt en niet weet dat de familie Mack een grand-prix-tekenfilm in de bioscoop heeft draaien, moet wel erg diep in het Erdingerglas hebben gekeken.
De fascinatie van de familie Mack voor auto’s is genoegzaam bekend: in 1975 had oprichter Franz Mack niet genoeg geld voor een racewagenattractie, maar omdat hij absoluut zo’n attractie in zijn park wilde, investeerde de kermisfamilie Bornhäuser, die Franz Mack en zijn broer na de oorlog een jaar lang en op gevaar voor eigen leven onderdak had geboden nadat de broers uit een Frans krijgsgevangenenkamp waren ontsnapt, in een Monza-parcours voor het park, de huidige Silverstone-piste. In de beginjaren kwam er bijna elkaar jaar een attractie met autootjes bij: de Oldtimer-Fahrt, de mini-scooters, de Lada Autodrom ... Toen het park de hoogste achtbaan van Europa opende, haalde het voor Silver Star sponsor Mercedes in huis, die ook een eigen expositieruimte in het park kreeg. Diezelfde weg sloeg het park in voor de sponsoring van Voltron, ditmaal door de Kroatische producent van elektrische sportwagens Rimac. Met Alpha Mods bracht Europa-Park zelfs zijn eigen autospeelgoedlijn op de markt. Volgend jaar opent themagebied Monaco, dat vooral een ode aan de Grand Prix van Monte Carlo en de rijke geschiedenis op het gebied van luxewagens van de dwergstaat aan de Middellandse Zee lijkt te gaan worden.
Grand Prix of Europe brengt de mascottes van Europa-Park bij elkaar. Ed is een zelfvoldane en verbitterde autocoureur, teleurgesteld in het leven omdat hij als weeskind in het weeshuis vroeger zijn beste vrienden een voor een uit zijn leven zag verdwijnen telkens als ze door een gezin geadopteerd werden. Edda is de dochter van oud-racepiloot Erwin, die na de dood van zijn vrouw hun kleinschalige pretpark heeft laten verkommeren en nu wordt afgeperst door meedogenloze geldwoekeraars die ermee dreigen zijn noodlijdende park kort en klein te slaan als hij niet binnen de week met veel geld over de brug komt. Wanneer Edda tijdens een joyride Ed zo verwondt dat hij niet meer deel kan nemen aan de Europese Grand Prix, neemt zij zijn plaats in terwijl hij - vermomd als een Roland Mack uit zijn snor-era - op jacht gaat naar een saboteur onder de andere piloten.
Het is bizar dat Europa-Park de scenaristen heeft toegelaten om van zijn breedlachende mascotte bijna de volledige speelduur een verongelijkte, norse en gefrustreerde wees met jeugdtrauma’s te maken. Ja, uiteraard komt alles goed, maar de tragische Ed zou niet misstaan in een film van Ingmar Bergman of Lars von Trier. Ik zal nooit meer onbevangen de Europa-Parkmascotte kunnen zien zonder het besef van de existentiële somberheid en narcistische hybris achter die glunderende lach en vrolijk zwaaiende handschoenen. Wanneer de attitude van Ed uiteindelijk verandert, gebeurt dat zo abrupt dat het meer het resultaat lijkt van het inzicht dat een verwaande etter als parkmascotte misschien toch niet zo ideaal is, dan van een logische evolutie van het personage door de gebeurtenissen in het verhaal.
Het is niet allemaal kommer en kwel: in hyperkleurrijke decors beleven de personages uiteindelijk een spannend avontuur dat goed afloopt. Sommige nevenfiguren kennen we al uit Europa-Park (zoals de Zwitserse berggeit Böckli en de Franse haan Louis), andere - met name de gekke vleermuizen - uit de Crazy Bats-VR-coaster in Phantasialand, en weer andere hebben zoveel weg van personages uit Zootopia dat je zou gaan denken dat zij in het universum van deze film Severance-gewijs de innies zijn van de outies uit die Disneyfilm. Een waarzegster-mol lijkt wel een kruising tussen Baba Yaga uit Happy Family en Mama Odie uit Princess and the Frog.
Op de animatie valt weinig aan te merken, maar omdat Blender en Maya vandaag zoveel kant-en-klare tools bevatten en animatoren kunnen putten uit enorme assetbibliotheken voor 3d-modellen, textures en animatie-templates, lijkt veel animatie vandaag op elkaar. Er steekt nog altijd veel werk onder de motorkap, begrijp me niet verkeerd, maar de tijd dat de animatiekwaliteit van Pixar en de rest mijlenver uit elkaar lag, is intussen alweer even geleden.
De film is oké, ook al mist hij door het arrogante hoofdpersonage behoorlijk wat charme en zijn de racescènes hyperkinetischer dan een op hol geslagen Bitzee. Het verhaal is al bij al vrij rechttoe rechtaan en ontvouwt zich over de tijdspanne van vier races, in Parijs, door de Alpen, langs de Italiaanse kust en in Londen. Edda heeft een eigen stuntmove, de “rocket ramp spin flip sky ride”, waarbij ze haar auto een kurkentrekkersprong laat maken, die me elke keer weer deed denken aan de car jump uit de James Bond-film The Man with the Golden Gun, en half deed verwachten dat op een keer dat grappige fluitgeluidje van John Barry wel zou opduiken. Helaas. De orkestrale score van oscarwinnaar Volker Bertelmann (All Quiet on the Western Front, Conclave), die eerder deze maand nog een World Soundtrack Award in ontvangst mocht nemen op Film Fest Gent, doet wat hij moet doen, maar mist een thema dat blijft hangen.
Wat me nog het meeste opviel, is hoe weinig Europa-Park in deze film voorkomt. Speelde Happy Family zich nog deels af in Europa-Park zelf, dan heeft het pretpark van Edda’s vader maar weinig gemeen met het park in Rust, op het feit na dat je er blijkbaar Snorri-knuffels als hoofdprijs kunt winnen bij de spellen. Het logo voor de vijftigste editie van de Europese Grand Prix is een variant op het jubileumlogo van Europa-Park en als in een flashback de jeugdjaren van Ed in het weeshuis worden getoond, dan ziet de jonge Euromaus er ook uit als een van de oudere iteraties van de Europa-Parkmascotte. In wat overduidelijk bedoeld is als een hommage aan de roots van het familiebedrijf, trekt Edda’s vader aan het eind van de film zijn dochter achterna in een omgebouwde kermiswagen met achterop het bekende Mack-wapenschild met de gouden sleutels. En uiteraard duikt om onduidelijke redenen ook hier het logo van de Adventure Club of Europe een aantal keer op.
Sinds begin dit jaar is er in Europa-Park zelf ook Grand Prix Edventure, een nieuwe shooterdarkride gebaseerd op de film in het oude Historamagebouw, met in de wachtrij en de attractie zelf heel wat verwijzingen, inclusief de racewagen van Ed. De attractie is slechter dan de film en een domper op de feestvreugde van het jubileumjaar. Ik kan me niet voorstellen dat Roland Mack blij is met deze schaamteloze marketingride die zelfs de laagste verwachtingen niet weet in te lossen en die het gros van de bezoekers links laat liggen. De shootertechniek werkt op zich prima, maar houdt binnen de context van een grand-prix-verhaal verder geen steek: je schiet op targets om energie te verzamelen om zo sneller naar de finishlijn te komen, een gegeven dat niet in de film voorkomt overigens. Het zou me niet verbazen als deze attractie over enkele jaren weer van thema verandert - met een hoger budget en zonder de beperkingen van een matige film als leidmotief valt daar wel iets van te maken.
Wie Grand Prix of Europe nu in de zalen mist, kan de film binnenkort ongetwijfeld bekijken op Veejoy, de eigen streamingdienst van de familie Mack, de Bermudadriehoek waar uiteindelijk alle Mack-mediaproducties in verdwijnen. Maar wie ‘m niet ziet, doet zichzelf eigenlijk een groter plezier. Niet omdat het een slechte film is, maar omdat je geen park een mascotte toewenst die zo onsympathiek is als Ed in het grootste deel van deze film en met een lore die zo treurig is, dat Euromaus in Europa-Park voor mij nooit meer alleen maar die vrolijk lachende muis zal zijn. Ongetwijfeld had de kangoeroe van Walibi ook een jeugd met behoorlijk wat puberrebellie, zeker die in Walibi Holland, en had ook Pardoes als kind zo af en toe zijn momenten van self-loathing en social anxiety, maar ik hoef het niet te weten en ik wil het ook niet weten.
Tegelijk doet de film veel vragen rijzen: waarom doet Europa-Park dit? Voor het budget dat in de film, de game én de attractie is gaan zitten, had het park ongetwijfeld een attractie van wereldformaat kunnen bouwen. Bovendien: dit was geen verhaal dat verteld hoefde te worden - zo interessant is het allemaal niet, en het is niet dat tekenfilms over racen nog niet bestaan: Cars, Speed Racers, Turbo en Wreck-It Ralph deden het eerder en beter.
Staat een filmhit scoren op de bucketlist van de familie Mack? Is er de hoop dat de Europa-Parkmascottes, net als Mickey Mouse en co, ooit wereldwijd bekend zullen zijn? Of moeten we deze film lezen als een persoonlijke metafoor voor de sturm und drang van initiatiefnemer en hoofdproducent Michael Mack en is niet Ed maar Edda het belangrijkste personage, die genoeg heeft van het suffe park van haar vader en het uiteindelijk achter zich laat, omdat de wereld nu eenmaal groter is en meer voor haar in petto heeft, op een manier dat haar vader daar uiteindelijk vrede mee krijgt?
Geen idee, maar het immens vergeetbare Grand Prix of Europe is voor geen van deze doelstellingen het juiste antwoord. Ik denk niet dat de toekomst van Europa-Park afhangt van een bioscoopfilm meer of minder, maar mijn dringende raad aan Rust zou wel zijn: als het per se moet, doe wat je niet laten kunt, maar spring in elk geval voorzichtig om met je mascottes, die het uithangbord van je park zijn en de ziel symboliseren van je bedrijf. Die zijn te kostbaar om louter voor een pet project on the side enigszins gratuit op te zadelen met levenslange trauma’s en een onbetamelijke attitude die schuurt met wat de enige wezenlijke functie van een mascotte voor een pretpark hoort te zijn.
Erwin Taets, 2025.










